Kind, Vrouw, Hond
Een gewone dag

´s Morgens ga ik met de hond wandelen, zei het kind, en dan ga ik naar school. En wanneer de school gedaan is, ga ik opnieuw met de hond wandelen. Dan kom ik thuis, zeg goeiedag aan mijn moeder, eet samen met haar een broodmaaltijd en dan gaat zij met de hond wandelen en ga ik slapen. ´s Morgens ga ik dan weer met de hond wandelen.

´s Morgens ga ik werken, zei de vrouw, en wanneer ik ´s avonds thuiskom, zeg ik goeiedag aan mijn kind, eten wij samen een broodmaaltijd, dan ga ik met de hond wandelen en dan ga ik slapen. ´s Morgens ga ik dan terug werken.

´s Morgens ga ik mee met het kind, zei de hond en dan slaap ik wat. En ´s middags ga ik weer met het kind mee en dan slaap ik. En ´s avonds ga ik mee met de vrouw en dan slaap ik weer wat. Ik zou graag eens alleen gaan.